Eindtermen Instructeur Eerste Hulp
Het College van Deskundigen heeft de eindtermen voor het examen Instructeur Eerste Hulp opgesteld en het bestuur van Het Oranje Kruis heeft deze overgenomen en bevestigd. Hieronder worden deze eindtermen puntsgewijs opgesomd.
Definities
Een Instructeur Eerste Hulp is de door Het Oranje Kruis gecertificeerde eerstehulpverlener die in het bezit is van het diploma Instructeur Eerste Hulp. De Instructeur Eerste Hulp is bij de uitvoering van zijn taak verantwoording schuldig aan Het Oranje Kruis.
Bevoegdheden
- samen met een arts of verpleegkundige en lotusslachtoffers opleidings- en vervolgcursussen voor het diploma eerste hulp geven;
- samen met een bevoegd arts of verpleegkundige en lotusslachtoffers het examen voor het diploma eerste hulp afnemen;
- de opleiding voor de diploma's jeugd eerste hulp geven en de examens voor deze diploma's afnemen;
- al dan niet zelfstandig de opleiding voor modules geven en toetsen afnemen, voor zover daarvoor geen specifieke voorwaarden zijn gesteld.
Hij/zij is mede verantwoordelijk voor de uitvoering van de opleidingen en examens volgens de regelingen en uitvoeringsbepalingen van Het Oranje Kruis.
Algemeen
De instructeur eerste hulp kan:
- in teamverband met andere lesgevers optreden;
- een duidelijke instructie geven aan een lotusslachtoffer;
- in en met een groep werken;
- cursisten stimuleren en motiveren;
- met organisatoren van cursussen samenwerken;
- cursisten begeleiden tijdens de (vervolg)opleiding;
- objectief oordelen;
- examens en toetsen op de voorgeschreven wijze afnemen;
- aangeven wat bij een examen beoordeeld moet worden en welk niveau vereist is om te slagen.
De Instructeur Eerste Hulp is fysiek in staat om de eerstehulpvaardigheden uit te voeren.
Waarnemen
- de protocollaire benadering van een slachtoffer omschrijven;
- uitleggen door welke factoren waarnemingen worden beïnvloed;
- op grond van de situatie concluderen wat het vermoedelijke letsel van een slachtoffer is.
Eerste hulp
De Instructeur Eerste Hulp voldoet aan de eindtermen voor het diploma eerste hulp en het certificaat verbandleer en kleine ongevallen.
De instructeur kan uitleggen:
- de bouw en werking van het menselijk lichaam;
- het zenuwstelsel;
- de ademhalingsorganen;
- bloed, hart en bloedvaten;
- de huid;
- het geraamte, de gewrichten en de spieren;
- het oog.
De instructeur kan:
- de samenhang van stoornissen in bewustzijn, ademhaling en bloedsomloop beschrijven;
- het verschil tussen klinische en biologische dood uitleggen;
- het doel van eerste hulp bij verschillende stoornissen en letsels omschrijven;
- uitleggen waarom eerste hulp moet worden verleend volgens de richtlijnen van Het Oranje Kruis;
- vertellen wanneer en hoe een slachtoffer moet worden vervoerd;
- met anderen een slachtoffer vervoeren met hulpmiddelen zoals een deken of brancard.
Didactiek
De instructeur eerste hulp kan uitleggen:
- hoe een leerproces verloopt;
- hoe een les doelgericht wordt opgebouwd;
- welke didactische werkvormen gebruikt kunnen worden;
- wat de verhouding tussen praktijk en theorie moet zijn.
De instructeur kan:
- een onderwijsleersituatie ontwikkelen, plannen en uitvoeren;
- leerdoelen formuleren;
- het product en proces van een les evalueren;
- een lesschema opstellen;
- een les geven aan een groep inclusief gezamenlijk oefenen;
- leer- en hulpmiddelen gebruiken en onderhouden;
- toetsen opstellen en normeren;
- vaardigheden en competenties beoordelen en corrigeren.

